Archive for oktober 2008
Niet in eigen kracht
De bedelaar klampte zich aan Petrus en Johannes vast, terwijl de hele menigte stomverbaasd rond hen samenstroomde in de zuilengang van Salomo. Toen Petrus dat zag, richtte hij het woord tot het volk: ‘Israëlieten, waarom bent u zo verbaasd en waarom staart u ons aan alsof het aan onze eigen kracht of vroomheid te danken is dat deze man weer kan lopen?’ Handelingen 3:11,12
De verlamde man was bedelaar tegen wil en dank. Hij had er niet om gevraagd om geboren te worden zonder beheersing over zijn benen en zonder het vermogen te leren lopen. En als het al een ongelofelijk wonder is om op de been geholpen te worden nadat je vanaf je geboorte verlamd bent geweest, dan is het helemaal onvoorstelbaar dat je daarna ‘lopend en springend en God lovend’ de tempel kunt binnengaan (zie vers 8). Laten we maar eerlijk zijn: dat kan gewoon niet. Menselijk gesproken! Lees de rest van dit artikel »
Hoe kostbaar is ons geloof?
Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ Handelingen 3:2-6
Je zou er gemakkelijk overheen kunnen lezen, maar als deze man al sinds zijn geboorte verlamd was, en dagelijks bij de Schone poort werd neergelegd om te bedelen, dan heeft hij daar Jezus regelmatig voorbij zien komen. Immers: de Heer was vaak in de tempel te vinden. Als dit zo is, dan is Jezus deze man vaak gepasseerd – zonder hem te genezen… Lees de rest van dit artikel »
We moeten weer naar buiten met ons geloof
Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. Handelingen 2: 44-47
Het valt me op hoe gemakkelijk we er in slagen om ongemakkelijke waarheden uit de bijbel weg te redeneren of stuk te relativeren. Als het gaat om de bijzondere aantrekkingskracht van de eerste gemeente van Christus, dan spreekt er ook een stemmetje in mijn hoofd: ‘Dat was toen. Het was het pure begin, een uitzonderlijke tijd. Dat kan zo niet meer, de tijden zijn veranderd.’ Zijn die relativerende gedachten juist? Droom ik misschien niet meer van de mogelijkheid om even radicaal en praktisch te geloven als de vroegste vrienden van Jezus Messias? Heb ik het stiekem opgegeven? Lees de rest van dit artikel »
Als een rots in de branding
Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. Handelingen 2:29-31
Joodse gelovigen uit allerlei landen en streken zijn in Jeruzalem samengekomen om het jaarlijkse oogstfeest te vieren. Plotseling klinkt er een geluid als van een hevige windvlaag en de menigte stroomt naar de plaats waar de volgelingen van Jezus zijn samengekomen. Er is een hoop tumult en gedrang en niemand lijkt te begrijpen wat er feitelijk aan de hand is. De verwarring wordt alleen maar groter wanneer blijkt dat de volgelingen van Jezus ineens allerlei vreemde talen kunnen spreken. De bezoekers van buiten Israël staan versteld en vragen zich hardop af: “Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?” (vers 8). Lees de rest van dit artikel »



