Hoe kostbaar is ons geloof?
Men had ook een man die al sinds zijn geboorte verlamd was naar de tempel gebracht; hij werd daar elke dag neergelegd bij de poort die de Schone heet, om te bedelen bij de bezoekers van de tempel. Toen hij zag dat Petrus en Johannes de tempel wilden binnengaan, vroeg hij om een aalmoes. Petrus richtte zijn blik op hem, evenals Johannes, en zei: ‘Kijk ons aan.’ De bedelaar keek naar hen op, in de verwachting iets van hen te krijgen. Maar Petrus zei: ‘Geld heb ik niet, maar wat ik wel heb, geef ik u: in de naam van Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop.’ Handelingen 3:2-6
Je zou er gemakkelijk overheen kunnen lezen, maar als deze man al sinds zijn geboorte verlamd was, en dagelijks bij de Schone poort werd neergelegd om te bedelen, dan heeft hij daar Jezus regelmatig voorbij zien komen. Immers: de Heer was vaak in de tempel te vinden. Als dit zo is, dan is Jezus deze man vaak gepasseerd – zonder hem te genezen…
Ik kan me voorstellen dat deze verlamde man al lang niet meer op een wonder rekende. Als zelfs Jezus hem niet op de been had geholpen, wie zou dat dan nog wel kunnen? De verlamde man had zich mogelijk al met zijn lot verzoend en hoopte nu alleen nog maar op wat gulle goedheid van de tempelbezoekers. Maar nu, op het moment dat hij slechts hoopt op een paar muntjes, gebeurt alsnog het ongelofelijke: hij wordt in de naam van Jezus Christus door Petrus en Johannes genezen van zijn verlamming.
De verlamde man zat bij de Schone poort, de hoofdingang van de tempel aan de oostzijde. Volgens geschiedschrijver Flavius Josephus was deze poort gemaakt van Korinthisch koper en waren de enorme zware deuren rijkelijk versierd met goud en zilver. Tegen deze achtergrond krijgen de woorden van Petrus extra betekenis: ’Zilver en goud heb ik niet’…*
De eerste christenen hadden hun bezittingen en kostbaarheden te gelde gemaakt om er behoeftigen mee te kunnen ondersteunen. Petrus en Johannes hadden daar klaarblijkelijk niet zelf van geprofiteerd, want zij liepen zonder geld naar de tempel. Maar waren zij arm? Nee, in het geheel niet. Zij hadden in Christus alle rijkdom die een mens nodig heeft! En hun kostbare geloof stelde hen in staat om in de Naam van Jezus Christus deze man op te laten staan.
Ook in onze tijd zijn er veel rijke kerken en christenen. Al zijn wij misschien niet rijk in onze eigen ogen, voor het grootste deel van de mensheid zijn zelfs de armste mensen in ons deel van de wereld vermogend. Wat doen we met al die gebouwen, bankrekeningen en bezittingen? Hoeveel behoeftige mensen wachten er bij de ingang van onze kerken? Hoeveel mensen blijven buitenstaanders die slechts kunnen hopen dat zij ooit een beetje mogen delen in onze rijkdom?
Het lijkt wel of de kerk van vandaag verlamd is… En dat terwijl we in uw Naam over zo’n enorme rijkdom en kracht kunnen beschikken! Richt ons weer op Heer, help ons om niet te vertrouwen op ons geld, maar op U.
* De NBV laat Petrus zeggen: ‘Geld heb ik niet’, maar de meeste bijbelvertalingen geven zijn woorden weer als ‘Zilver en goud heb ik niet’.

[...] zelf wat daar gebeurt en sta vandaag eens stil bij de vragen die deze geschiedenis oproept. Klik hier om de overdenking te [...]
Zilver en goud heb ik niet « VRIJSPRAAK - paul abspoel
oktober 21, 2008 op 11:56 am
[...] stelde hen in staat om in de Naam van Jezus Christus deze man ( lees hier voor het gedeelte op pauls site) op te laten [...]
wandelingen door pauls handelingen, ;-) « studio perspectief
mei 16, 2010 op 8:45 pm