Archive for maart 2010
Een man die Ananias heet
In Damascus woonde een leerling die Ananias heette. In een visioen zei de Heer tegen hem: ‘Ananias!’ Hij antwoordde: ‘Ik luister, Heer.’ Daarop zei de Heer: ‘Ga naar de Rechte Straat en vraag daar in het huis van Judas naar iemand uit Tarsus die Saulus heet. Hij is aan het bidden, en hij heeft in een visioen gezien hoe een man die Ananias heet, binnenkomt en hem de handen oplegt om hem weer te laten zien.’ Ananias antwoordde: ‘Heer, van veel kanten heb ik gehoord over deze man en over al het kwaad dat hij uw heiligen in Jeruzalem heeft aangedaan. Bovendien heeft hij toestemming van de hogepriesters om hier iedereen die uw naam aanroept in de boeien te slaan.’ Maar de Heer zei: ‘Ga, want hij is het instrument dat ik gekozen heb om mijn naam uit te dragen onder alle volken en heersers en onder al de Israëlieten. Ik zal hem tonen hoezeer hij moet lijden omwille van mijn naam.’ Handelingen 9:10-16
Ananias. Ik houd van die man. Hoe dat kan? Er is maar heel weinig van ’m bekend, maar wat ik van ’m weet komt uit dit gedeelte en het is genoeg om vast te stellen dat deze leerling van Jezus een fantastische kerel was. Ananias betekent: “Jahweh is genadig”. Een naamgenoot zijn we al eerder, in hoofdstuk 5, tegengekomen. Die Ananias bleek samen met zijn vrouw Saffira (haar naam betekent: ‘mooi’) niet al te betrouwbaar te zijn. Deze Ananias uit hoofdstuk 9 is uit ander hout gesneden. God weet wel wie Hij roept. Lees de rest van dit artikel »
Ik ben Jezus, die jij vervolgt
Toen hij onderweg was en Damascus naderde, werd hij plotseling omstraald door een licht uit de hemel. Hij viel op de grond en hoorde een stem tegen hem zeggen: ‘Saul, Saul, waarom vervolg je mij?’ Hij vroeg: ‘Wie bent u, Heer?’ Het antwoord was: ‘Ik ben Jezus, die jij vervolgt. Maar sta nu op en ga de stad in, daar zal je gezegd worden wat je moet doen.’ (Handelingen 9:3-6)
Saulus is nog maar net aan ons voorgesteld. Zijn naam wordt voor het eerst genoemd bij de moord op Stefanus. Hij is de jongeman die op de jassen past terwijl anderen Stefanus stenigen. Dat lijkt een passieve rol, maar hoofdstuk 8 begint met de korte mededeling dat Saulus deze moord goedkeurde. Ook lezen we daar: “Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis.” (vers 3)
De instemming van Saulus was kennelijk van belang. Hij was niet zomaar een jongeman die op de jassen moest passen, hij was een hoogopgeleide joodse geestelijke met directe toegang tot de hogepriester. Hij meende God een dienst te bewijzen door die nieuwe sekte – de eerste christenen stonden bekend als ‘aanhangers van de Weg’ – met wortel en tak uit te roeien. Uit de paar woorden die hier aan Saulus besteed worden, komt een beeld naar voren van een fanatieke, ambitieuze man die zich door niets en niemand laat weerhouden. Lees de rest van dit artikel »
Eerst buitengesloten, nu toegelaten
De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’ Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. (Handelingen 8:29-31)
In Handelingen 8 wordt verteld over een topambtenaar van de koningin van Ethiopië die in Jeruzalem geweest is om God te aanbidden. De man is daarna weer in zijn reiswagen gestapt voor de terugreis naar zijn vaderland. Tijdens de rit leest hij in de boekrol van Jesaja. Filippus krijgt op een speciale manier van God de opdracht om naar deze Ethiopiër toe te gaan. Zodra hij merkt dat de buitenlandse man uit Jesaja zit te lezen, vraagt hij: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ (Handelingen 8:30b)
Een buitenlander die belangstelling toont voor het joodse geloof. Dat was bijzonder, maar ook weer niet heel uitzonderlijk. Van heinde en verre kwamen gelovigen en buitenlandse belangstellenden jaarlijks naar Jeruzalem om de prachtige tempel te bezoeken. En deze man begon aan de terugreis van zo’n duizend kilometer, naar een land waar in die dagen een vrouwelijke farao regeerde: de kandake.
We weten niet of deze buitenlander al tot het joodse geloof bekeerd was, maar dat is mogelijk. Als heiden had hij in ieder geval geen toegang tot de binnenplaatsen van de tempel van Jeruzalem. Hij werd tegengehouden door een dikke muur en mocht hooguit in de voorhof der heidenen komen. Maar omdat we hier met een eunuch, een ontmande man, te maken hebben, is het waarschijnlijk dat hij zelfs niet tot deze voorhof was toegelaten want dat was voor castraten verboden terrein. Lees de rest van dit artikel »