Eerst buitengesloten, nu toegelaten
De Geest zei tegen Filippus: ‘Ga naar die man daar in de wagen.’ Filippus haastte zich naar hem toe en hoorde hem de profeet Jesaja lezen, waarop hij vroeg: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ De Ethiopiër antwoordde: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Hij nodigde Filippus uit om in te stappen en bij hem te komen zitten. (Handelingen 8:29-31)
In Handelingen 8 wordt verteld over een topambtenaar van de koningin van Ethiopië die in Jeruzalem geweest is om God te aanbidden. De man is daarna weer in zijn reiswagen gestapt voor de terugreis naar zijn vaderland. Tijdens de rit leest hij in de boekrol van Jesaja. Filippus krijgt op een speciale manier van God de opdracht om naar deze Ethiopiër toe te gaan. Zodra hij merkt dat de buitenlandse man uit Jesaja zit te lezen, vraagt hij: ‘Begrijpt u ook wat u leest?’ (Handelingen 8:30b)
Een buitenlander die belangstelling toont voor het joodse geloof. Dat was bijzonder, maar ook weer niet heel uitzonderlijk. Van heinde en verre kwamen gelovigen en buitenlandse belangstellenden jaarlijks naar Jeruzalem om de prachtige tempel te bezoeken. En deze man begon aan de terugreis van zo’n duizend kilometer, naar een land waar in die dagen een vrouwelijke farao regeerde: de kandake.
We weten niet of deze buitenlander al tot het joodse geloof bekeerd was, maar dat is mogelijk. Als heiden had hij in ieder geval geen toegang tot de binnenplaatsen van de tempel van Jeruzalem. Hij werd tegengehouden door een dikke muur en mocht hooguit in de voorhof der heidenen komen. Maar omdat we hier met een eunuch, een ontmande man, te maken hebben, is het waarschijnlijk dat hij zelfs niet tot deze voorhof was toegelaten want dat was voor castraten verboden terrein.
Aan een heidens hof was het gebruikelijk dat de vertrouwelingen van de heerser castraten waren. Deze ontmande mannen konden veilig in de buurt van een koningin verkeren. Seksuele escapades waren niet te verwachten en een eunuch zou zonder nakomelingen nooit een gevaarlijke troonpretendent zijn.
Filippus mag bij de eunuch in de reiswagen plaatsnemen en uitleggen op wie deze woorden uit Jesaja 53 betrekking hebben:
“Als een schaap werd hij naar de slacht geleid; als een lam dat stil is bij zijn scheerder deed hij zijn mond niet open. Hij werd vernederd en hem werd geen recht gedaan, wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Want op aarde leeft hij niet meer.” (Handelingen 8:32-33)
Wat kreeg Filippus een uitgelezen kans om aan de hand van dit oudtestamentische gedeelte over het offer van onze Heer Jezus te spreken! De eunuch komt ter plaatse tot het inzicht dat hij bij Jezus Messias wil horen. Hij laat zich zonder aarzeling dopen en vervolgt zijn weg vol vreugde. (vers 39)
Waarom was de eunuch zo blij? Omdat hij zojuist zijn Heer had leren kennen. Natuurlijk. En omdat hij zich na zijn doop herboren voelde. Maar ik denk dat er nog een bron van blijdschap was. En die bron is te vinden in hetzelfde gedeelte waarin gesproken is over iemand die niet door lichamelijke nakomelingen herdacht zal worden, geen naam zal maken, niet op aarde zal voortleven. Woorden die bij de eunuch veel herkenning moeten hebben opgeroepen! Maar als hij verder leest komt hij een prachtige belofte tegen en dan begrijp je zijn blijdschap nog beter:
“Laat de vreemdeling niet zeggen: De HEER zondert mij zeker af van zijn volk’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom’. Want dit zegt de HEER: ‘Ik geef aan de eunuch iets beters dan zonen en dochters. Ik geef hem een gedenkteken en een naam in mijn tempel en binnen de muren van mijn stad. Een eeuwige naam. Een onvergankelijke naam’. (Jesaja 56:3-6)
Heer, dank u voor het insluiten van een man die door de gemeenschap werd uitgesloten. Dank u voor de belofte die u hem deed en voor de zegen die hem op zijn verdere levensweg heeft vergezeld.
Goed uitgelegd. Nu begrijp ook ik het beter! De Here zegent ook de mensen die niet direct bij zijn volk horen maar die hunkeren naar zijn liefde.
Willem Stoter
maart 1, 2010 op 9:14 am
Amen. Ofwel: zo is het!
abspoel
maart 1, 2010 op 11:42 pm
Wat ontzettend gaaf toch he? Het heeft me weer zo getroffen wat Filippus zegt: begrijp je wat je leest? …wie zal van zijn nakomelingen verhalen? Wow! Dat zal hem diep in het hart getroffen hebben! God heeft deze man diep getroost met de ontmoeting van een van de ‘nakomelingen’ van Jezus, zozeer, dat hijzelf ook een ‘nakomeling’ werd en waarschijnlijk ook ‘zonen verwekte’ in Ethiopie. Hoe bijzonder en hoe speciaal is onze Vader!!
Frea
maart 1, 2010 op 1:52 pm
Ik heb wel eens gelezen dat de christelijke geloofsgemeenschappen van Ethiopië en Soedan in deze ‘kamerling uit Morenland’ hun kerkvader zien. Het zou mij niet verbazen. Een man die door God verwelkomd is en veel geestelijke kinderen heeft gekregen. Net als onze Meester!
abspoel
maart 1, 2010 op 11:41 pm
Goeie uitleg, Paul! Ik zou willen, dat Christenen de moeite zouden doen om het Oude Testament naast het Nieuwe te leggen. De Jehova’s Getuigen zouden zien, dat Jezus Yahveh is. Christenen zouden het Nieuwe Testament stukken beter begrijpen. Niet-gelovigen zouden aangesproken worden door de vervulde profetieën. More of the same!
Bob
maart 1, 2010 op 8:02 pm
Dank je. Ik geniet ook van deze ontdekkingstocht. Na een pauze van bijna een jaar hervat ik deze reis weer met veel plezier. Ook mooi om te zien dat er medereizigers zijn. Ik heb ook behoefte aan reacties die me scherp en ‘bij de les’ houden. Er is nog zoveel te ontdekken.
Ik ben het met je eens: door de ‘lens’ van Jezus ga je het OT scherp zien. Schatgraven, dat is het!
abspoel
maart 1, 2010 op 11:40 pm
Op verzoek de link naar deze blog: http://michielborkent.blogspot.com/2009/03/de-vrouw-van-potifar-uit-op-een.html
Waar Jozef geen nageslacht gaf aan Potifar, geeft Jezus iets beters (Jes.) aan deze eunuch.
Michiel
maart 1, 2010 op 8:30 pm
Bedankt, Michiel. Ik heb je inderdaad gevraagd deze link te plaatsen – een beetje als zijspoor – maar in zijstraten kom je vaak de meest interessante zaken tegen. Je linkt zet me zeker aan tot nadenken. Opmerkelijke invalshoek!
abspoel
maart 1, 2010 op 11:38 pm
Dag Paul,
Ik ben het eens met je hoofdlijn maar heb voorstel tot kleine aanpassing, onder de titel: de eerste christelijke pelgrim kwam voor Yad Vashem.
Een man rijdt naar huis met de boekrol van Jesaja. Stellig geen Hebreeuwse want die mag je niet verkopen buiten de eredienst. Een Griekse dus en dat is uiteraard de taal die deze ambtenaar sprak. Evengoed: de handgeschreven rol moet een vermogen gekost hebben. Ik geloof dat de man speciaal voor deze rol naar Jeruzalem gegaan is. En niet voor een andere rol. Kijk, hij was stellig zoals je vermoedt een van de heidenen die geraakt waren door het monotheisme van de Joden. Maar hoe kom je daar bij, als heiden en eunuch? Hij moet gehoord hebben dat ergens in de heilige geschriften een profetie voorkwam die speciaal voor hem was: Jesaja 56:3-6. Daar worden immers zijn twee obstakels benoemd: hij was een vreemdeling en hij was een ontmande, wat je allebei onrein maakte. Maar de tekst zei dat zo’n dubbel gehandicapte er toch bij mocht horen! Om precies te zijn, er staat dat God hem binnen de muren van Jeruzalem vergunt “een gedenkteken en een naam” – dat is in t Hebreeuws Yad Vashem, ofwel de titel van het bekende gedenkcentrum.
Maar ik stel me voor dat de werkelijkheid hem teleur gesteld heeft: hij mocht daar noch als heiden noch als ontmande naar binnen!
En dan zie ik hem terugrijden naar huis met de rol in zijn handen en vanaf “zijn tekst” scrolt hij terug: hoe kóm je daar dan, bij die mooie profetie? Als scrollend kwam hij bij Jesaja 53 en dacht daar over na. En toen kwam Filippus! En die legde uit dat dit alles werkelijkheid was geworden in Jezus Christus. Ja, en toen vervolgde hij zijn weg met blijdschap.
En ja, net als jij word ik daar ook blij van.
Herkenning dus van je verhaal, en een kleine aanvulling.
Willem
Willem
maart 1, 2010 op 8:32 pm
Mooi, Willem – bedankt! Ik had een tijd geleden, bij bestudering van ditzelfde gedeelte, een uitleg gehoord waarbij men uitging van een Hebreeuwse tekst. De tekst zou dicht opeen geprint zijn om het materiaal optimaal te benutten. Omdat het Hebreeuws geen klinkers bevat moest je het oplezen om er wijs uit te worden. Ik vond dat wel aannemelijk klinken, maar vroeg me af hoe een Ethiopiër Hebreeuws geleerd kon hebben. Grieks leek me veel aannemelijker. En met een boekrol kun je gemakkelijk scrollen. Net als met een weblog, ha ha. Ik hoop dat je mee blijft lezen en mij en de bloglezers af en toe verblijdt met een op- of aanmerking / aanvulling. Zeer gewaardeerd!
abspoel
maart 1, 2010 op 11:35 pm
Toen ik het een tijdje geleden las, dacht ik na over die eunuch. Ik ging ervan uit dat hij naar Jeruzalem was gegaan om God te aanbidden, in de tempel. Daar aangekomen, mocht hij niet naar binnen. Hij keert terug met een souvenir, maar misschien met het idee: “I went all the way to Jerusalem, but all i got was this lousy scroll”. En dan ontdekken dat wat in die boekrol staat zo waardevol is. Het lijkt wel voor hem geschreven! Fantastisch!
Mooi, al die ontdekkingen in de Bijbel, toen en nu.
Jan Kees
maart 2, 2010 op 12:54 am
Hoi Paul bedankt voor je overdenkingen bij Handelingen 8. Over de Ethiopische eunuch zijn zelfs dissertaties geschreven.
Willem heeft gelijk Paul dat de Ethiopiër naar alle waarschijnlijkheid de Griekse taal machtig was. In die tijd kregen de kinderen van Ethiopische vorsten les in het Grieks! Dus deze rijke Eunuch zal dat waarschijnlijk ook hebben beheerst. Hoewel de Ethiopische talen zoals Amhaars en Tigrinia Afro-Semitische talen zijn, waardoor het Hebreeuws voor een Ethiopiër makkelijker te leren is dan bijvoorbeeld het Grieks, is het Hebreeuws niet een belangrijke taal geweest in Ethiopië.
Dat Filippus wel Grieks kon lezen is denk ik wel duidelijk uit Handelingen 6 vers 1-6. Filippus was één van de zeven mannen die door de apostelen door hand oplegging zich moesten gaan bezig houden met een probleem binnen de Messianse Gemeenschap, namelijk dat de Grieks sprekende Messianse-Joden zich gediscrimneerd voelde door de Hebreeuws-sprekende Messiaanse-Joden, betrffende hun weduwen. Filippus was (hoogst waarschijnlijk een Grieks sprekende) Messiaanse Jood.
Er is een zin in Handelingen 8 die mij altijd heeft geïntrigeerd. In vers 39 staat: “When they came up out of the water, the Spirit of the Lord snatched Philip away. Waarom?
Gedion.
Gedion
maart 2, 2010 op 4:58 am