Posts Tagged ‘moed’
Meer vervolging, meer volgelingen
Saulus keurde de moord op hem goed. Nog diezelfde dag brak er een hevige vervolging los tegen de gemeente in Jeruzalem, zodat allen verspreid werden over Judea en Samaria, met uitzondering van de apostelen. Vrome mannen begroeven Stefanus en hielden een luide dodenklacht voor hem. Saulus probeerde de gemeente te vernietigen door mannen en vrouwen met geweld uit hun huizen te sleuren en hen te laten opsluiten in de gevangenis. Degenen die verdreven waren, trokken rond en verkondigden het woord van God. Handelingen 8:1-4
De volgelingen van Jezus hadden weer moed gekregen door het dappere publieke optreden van Petrus en de massale aanwas van hun aantal. Zouden de woorden van Jezus dan toch in goede aarde gevallen zijn? Was het slechts een kwestie van tijd voordat alle tegenstand gebroken was en iedereen Jezus zou erkennen als de Messias?
Als die hoop al bij de vrienden van Jezus geleefd heeft, dan spreekt daar een groot geloof uit. Wie naar de omstandigheden, moeilijkheden en tegenstand kijkt geeft de moed al gauw op, maar wie op Gods leiding blijft vertrouwen durft dapper en standvastig door te gaan. De vrienden van Jezus bleven trouw aan hun Heer en aan de opdracht die Hij hen had meegegeven. Lees de rest van dit artikel »
Onverstoorbaar doorgaan
Toen de hogepriester en de sadduceeën gearriveerd waren, riepen ze het Sanhedrin bijeen, de hele raad van oudsten van de Israëlieten, en zonden ze tempelwachters naar de gevangenis om de apostelen te halen. Maar toen de wachters daar kwamen, troffen ze hen er niet aan. Ze keerden terug om verslag uit te brengen en zeiden: ‘De gevangenis was zorgvuldig afgesloten en de bewakers stonden bij de deuren, maar nadat we die geopend hadden, troffen we er niemand aan.’ Toen het hoofd van de tempelwacht en de priesters dit hoorden, vroegen ze zich vertwijfeld af wat de gevolgen hiervan zouden zijn. Kort daarop kwam iemand zeggen: ‘De mannen die u gevangen hebt gezet, zijn in de tempel en onderrichten het volk.’ Daarop ging het hoofd van de tempelwacht hen met zijn wachters halen, maar zonder geweld te gebruiken, omdat ze bang waren dat het volk hen zou stenigen. (Handelingen 5:21-26)
Onlangs was er een jonge lapjespoes die bij ons huis bleef rondhangen. Zodra we de deur opendeden, glipte het beest naar binnen en schoot ze vliegensvlug de trap op naar boven. We haalden het dier terug en zetten haar weer buiten neer. Maar bij elke volgende gelegenheid deed het jonge dier een nieuwe poging – ze wilde kennelijk heel graag bij ons wonen! Lees de rest van dit artikel »
Zwijgen is geen optie
Ze riepen hen terug en bevalen hun de naam van Jezus op geen enkele manier meer te gebruiken en het volk niet meer over hem te onderrichten. Maar Petrus en Johannes zeiden: ‘Kunnen wij het tegenover God verantwoorden om wel naar u te luisteren en niet naar hem? Oordeelt u zelf! We moeten immers wel spreken over wat we gezien en gehoord hebben.’ Na hen nogmaals dreigend te hebben toegesproken lieten ze hen vrij, want ze wisten niet hoe ze hen konden straffen nu de mensen God loofden en eerden om wat er was gebeurd. De man die zo wonderbaarlijk was genezen, was namelijk meer dan veertig jaar verlamd geweest. (Handelingen 4:18-22)
De leden van het Sanhedrin, het hoogste joodse gerechtshof, zaten in hun maag met de situatie. Petrus en Johannes – een paar verzen hiervoor aangemerkt als ‘gewone, ongeletterde mensen’ – hadden iets ongewoons, iets onbeschrijfelijks gedaan. De spectaculaire genezing van een verlamde man was een onmiskenbaar, onweerlegbaar en onverklaarbaar feit. Waarom zouden de godsdienstige leiders van het joodse volk niet gewoon blij en dankbaar zijn? Het antwoord is eenvoudig en ontluisterend: omdat dit wonder was gedaan in de naam van Jezus Christus – een naam die deze hoge heren niet langer wilden horen! Lees de rest van dit artikel »
